Op 21 juli 1972 ontploften er in Belfast binnen een tijdsbestek van 80 minuten 22 bommen. Het drama zou de geschiedenis ingaan als Bloody Friday. Negen mensen, onder wie twee Britse soldaten, kwamen om, 130 raakten er gewond. De aanslag wordt gezien als een vergelding voor Bloody Sunday, een schietpartij in Londonderry op 30 januari 1972. Veertien ongewapende jongens en mannen werden toen neergeschoten door Britse troepen na een vreedzame, maar door de Britten verboden demonstratie voor de mensenrechten.

Pas onlangs, op 15 juni 2010, heeft de Britse premier David Cameron namens de regering zijn excuses aangeboden voor de dood van de betogers tijdens Bloody Sunday. Cameron deed dit bij de presentatie van een onderzoek naar de rol van de Britten, dat 12 jaar duurde. Volgens het rapport was het geweld tegen de veertien betogers ’onrechtvaardig en onverdedigbaar’.

Tommy Gorman was één van ingenieurs van het Ira, hij maakte een deel van de bommen die op Bloody Friday in Belfast explodeerden. Hij heeft de bommen niet geplaatst, zegt hij, hij zette de explosieven alleen in elkaar. Maar Gorman voelt zich wel mede verantwoordelijk voor de gevolgen van de aanslagen. Onlangs ontmoette hij de nabestaanden van Stephen Melrose (24), die in mei 1990 per ongeluk door de Ira werd geliquideerd in Roermond.

Lees verder op Trouw.nl

Dossier Ira-moorden Roermond op Trouw.nl