De richtlijn voor de behandeling van ADHD, die dateert uit 2005, moet ter discussie worden gesteld, nu wetenschappelijk onderzoek niet hard kan maken dat methylfenidaat op langere termijn effectief is bij kinderen.

In het jongste nummer van het Tijdschrift voor de Psychiatrie verbaast psychiater Edo Nieweg zich over de stilte in het wereldje van de voorschrijvers, na Amerikaans vervolgonderzoek op een grote studie naar de effectiviteit van ADHD-middelen. „Dat is opmerkelijk – of misschien juist niet – omdat de bevindingen in strijd zijn met een aantal gevestigde opvattingen.”

Het onderzoek is een vervolg op de langdurige MTA-studie (Multimodal Treatment Study of Children with ADHD), die op kosten van de Amerikaanse overheid ruim tien jaar geleden is uitgevoerd onder kinderen met ADHD. Diverse behandelmethoden zijn met elkaar vergeleken. Uit de studie bleek dat medicatie bij ADHD, althans op sommige punten, beter werkt dan gedragstherapie. Het onderzoek bepaalde jarenlang mede het beleid bij ADHD, ook in Nederland.

Maar de vervolgstudies wijzen uit dat de effecten van methylfenidaat bij een groot deel van de kinderen na twee tot drie jaar zijn verdwenen. Voor de onderzoekers een teleurstellende bevinding. „Mogelijk wordt de plaats van deze middelen in de behandeling kleiner, zodat de druk op ouders om te kiezen voor medicatie afneemt”, aldus Nieweg in het blad voor psychiaters. „De resultaten suggereren dat de psychiatrie de afgelopen jaren een te rooskleurig beeld van de behandeling met deze middelen heeft gehad.”

In hetzelfde nummer van het tijdschrift reageert de Nijmeegse hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie Jan Buitelaar op het artikel van Nieweg. Buitelaar is opinieleider op het gebied van ADHD. Volgens de hoogleraar heeft hij, noch ADHD-experts wereldwijd, ooit beweerd dat het wetenschappelijk bewezen is dat behandeling met methylfenidaat op langere termijn werkt.

De MTA-studie heeft volgens hem methodologische tekortkomingen. De vervolgstudies roepen alleen maar meer vragen op, meent Buitelaar. Reden om de richtlijn te veranderen is er niet, vindt hij. „ADHD is in veel gevallen een chronische invaliderende handicap met enorme negatieve gevolgen voor persoon, omgeving en maatschappij.”

Buitelaar was de afgelopen vijf jaar betaald adviseur van elf farmaceutische bedrijven, waaronder de producenten van ADHD-middelen en hij kreeg de afgelopen vijf jaar geld voor wetenschappelijk onderzoek van drie farmaceutische bedrijven.