Nederland meet met twee maten als het gaat om duistere episodes uit het verleden, zegt Liesbeth Zegveld. Ze is de advocaat van Indonesische weduwen, die de staat aansprakelijk hebben gesteld voor de executie in december 1947 van hun mannen door Nederlandse militairen tijdens politionele acties op Java.

De staat erkent dat er door het Nederlandse leger oorlogsmisdrijven zijn gepleegd en dat de standrechtelijke executies destijds onrechtmatig waren. Maar minister Verhagen van buitenlandse zaken wil de vrouwen geen financiële genoegdoening geven. De zaak is verjaard, zo stelt de landsadvocaat.

Toch vreemd, zegt Zegveld: als het gaat om vorderingen van slachtoffers uit de oorlog van 1940-1945 over restitutie van tegoeden, geeft de staat wel thuis. Ze noemt als voorbeeld de Goudstikker-zaak, waarbij uiteindelijk 202 kunstwerken aan de erven van deze Joods-Nederlandse kunsthandelaar zijn teruggegeven.

Lees verder op Trouw.nl