De Nederlandse overheid is nalatig geweest bij het beschermen van burgers tegen de gezondheidsrisico’s van asbest. Daardoor zullen de komende jaren 10.000 mensen onnodig overlijden aan asbestkanker.

Dit stelt letselschade-advocaat Bob Ruers in een proefschrift waarop hij op 15 maart 2012 is gepromoveerd. Ruers is expert op het gebied van asbest­zaken. Hij heeft meer dan duizend slachtoffers bijgestaan in rechtszaken tegen vroegere werkgevers.

In Nederland zijn nu al ongeveer  10.000 mensen overleden door asbestkanker. Er zullen er nog 10.000 volgen. Die ‘laatste’ 10.000 rekent Ruers de Nederlandse overheid aan. Pas in 1993 kwam hier een verbod op het gebruik van alle soorten asbest,  25 jaar na de eerste serieuze signalen over de risico’s van asbest.

Staat aansprakelijk?
In zijn proefschrift maakt Ruers – tevens lid van de Eerste Kamer voor de SP – de overheid een ernstig verwijt. Hij wil uitzoeken of de staat civiel- of strafrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld. “Het is een grondwettelijke taak van de overheid om de volksgezondheid te beschermen. In het asbestdossier is de overheid ronduit laks geweest.”

Eind jaren zestig was al bekend – ook bij de overheid – dat werknemers die met asbest werkten longvlieskanker kregen. Tijdens het onderzoek voor zijn proefschrift stuitte Ruers op een brief aan het ministerie van sociale zaken uit maart 1966, waarin arbo-arts J. E. Vogelenzang 53 gevallen opsomde van mesothelioom bij patiënten in Rotterdamse ziekenhuizen. Allen waren overleden. Bij onderzoek op een van de overledenen vond men onder de longvliezen asbestvezels.

Lees verder op Trouw.nl

Website Comité Asbestslachtoffers