Het voorkeursbeleid van de zorgverzekeraars was zo effectief dat meer zorgverzekeraars er op overstapten en in korte tijd zijn er honderden miljoenen bespaard op de kosten voor geneesmiddelen. De vraag kan worden gesteld of de verzekeraars dat voordeel ook hebben doorgeschoven naar de verzekerden, bijvoorbeeld door lagere premies in rekening te brengen. Dat is een ander onderwerp dat nader onderzoek verdient.

In ieder geval, door dat preferentiebeleid van de verzekeraars, zagen de apothekers in korte tijd al die bonussen en inkoopvoordelen verdampen, die ze jarenlang van de groothandel  en de farmaceutische industrie hadden gekregen. Voor de leveranciers van geneesmiddelen was het betrekkelijk zinloos geworden om nog bonussen en kortingen te geven aan apothekers voor het afgeven van hun dure geneesmiddelen, want die apothekers moesten immers voortaan de goedkoopste variant van een pilletje verstrekken, omdat alleen die nog werd vergoed.

De apothekerswereld was te klein. De branche schreeuwde moord en brand. Apotheken zouden failliet gaan en personeel zou op straat komen. Voor enkele kwetsbare apotheken, in regio’s waar eigenlijk al veel te veel apotheken waren, was dat ook het geval. Maar het was vanzelfsprekend ook een normaal bedrijfsrisico. Iedere ondernemer heeft te maken met grillen van de markt en moet daar op inspelen –  alleen apotheken waren dat niet gewend, in die sector groeiden de bomen al sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw ver tot in de hemel.

Vervolg