Maatschappelijke organisaties en bedrijven gaan de krachten bundelen om het roken in Nederland terug te dringen. Tijdens een besloten bijeenkomst in Driebergen is de Alliantie Rookvrij Nederland opgericht.

Voornaamste doelen van het netwerk zijn een effectiever ontmoedigingsbeleid, blootleggen van praktijken van de tabaksindustrie, hogere accijnzen op tabak, betere bescherming van jongeren tegen tabaksmarketing en veel meer rookvrije plekken.

De alliantie is een initiatief van KWF Kankerbestrijding, Astma Fonds en Hartstichting. Directeur Michael Rutgers van het Astma Fonds ontkent dat de alliantie is opgericht uit onvrede met het tabaksbeleid van Schippers (VWS). De VVD-minister versoepelde het rookverbod in de horeca en kondigde aan de subsidie van het expertisecentrum voor tabaksontmoediging Stivoro te gaan afbouwen.

Rutgers: “Er is al langer grote zorg over het niveau van tabaksontmoediging in Nederland. We liggen ver achter in Europa. Weliswaar daalt het aantal rokers, maar nog steeds zitten we in de middenmoot met 27 procent rokers. In Zweden is dat 14 procent.”

In het conceptbeleidsplan voor de alliantie wordt wel kritiek geuit op het huidige kabinetsbeleid: “Momenteel ontbreekt een samenhangend nationaal regeringsbeleid voor de aanpak van roken in Nederland.” Het netwerk wil dat Nederland een WHO-verdrag voor tabaksontmoediging volledig gaat navolgen. Volgens de alliantie staat daarin dat de overheid het voortouw moet nemen in tabaksontmoediging.

De initiatiefnemers willen ook het bedrijfsleven actief inzetten bij een campagne voor een strikter tabaksbeleid. Het farmaceutische bedrijf Pfizer, dat een stoppen-met-rokenpil op de markt brengt, aanwezig bij de besloten vergadering. Pfizer heeft belang bij vergoeding van middelen tegen het roken.

Niet alle aanwezigen waren blij met de betrokkenheid van Pfizer bij de alliantie. Rutgers vindt het geen probleem: “Als Albert Heijn wil meedoen, zijn ze ook welkom. Dit is ook geen actiegroep, het is een netwerk. Pfizer is ook geen direct lid van de alliantie. Maar als een bedrijf ons belang kan dienen, dan mag dat bedrijf een rol spelen.”