Honderden psychiaters zijn van 14 tot 16 april bijeen in Maastricht voor hun jaarcongres. Het thema is ‘diagnostiek in discussie’. Eén van de hangijzers is de ‘aandachtsstoornis’ ADHD.  Steeds meer kinderen – en nu ook volwassenen – worden voor jaren op pillen gezet. Ze helpen een tijdje, maar hebben ook bijwerkingen. Niet iedereen is gelukkig met snelle diagnoses en langdurig slikken.

’De boodschap voor het kind is: er is iets niet goed met jou. Oneerlijk vind ik dat.” Laura Batstra is psycholoog. Ze werkt op de polikliniek van Accare, het universitair centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie in Groningen. Batstra heeft onlangs haar baan opgezegd. Ze kan zich niet langer vinden in het gemak waarmee kinderen de diagnose ADHD (attention deficit hyperactivity disorder) krijgen opgeplakt.

„ADHD zegt iets over de draagkracht en tolerantie van de sociale omgeving van het kind”, zegt Batstra. „Maar het is het kind dat in zijn eentje het stempel ADHD moet dragen. Begrijp me goed, sommige kinderen zijn enorm geholpen met de diagnose en met medicijnen. De psychiatrie kan voor deze ouders een redding zijn. Mijn probleem is dat ook lastig, maar volkomen normaal kindgedrag steeds vaker het label van een psychiatrische ziekte krijgt.”

Klik hier voor het volledige bericht op Trouw.nl.