Oud-SS’er rept in rechtbank over kinderjaren en tijd in het Duitse leger
Read more →Patiënten of hun directe vertegenwoordigers zouden een zetel moeten hebben in ziekenhuisbesturen, vindt Johan Lange, hoogleraar heelkunde in het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam.
Veilige zorg met ’de patiënt centraal’ maakt door meer invloed van patiënten een veel grotere kans, meent hij. De gezondheidszorg in Nederland loopt op het gebied van veiligheid achter bij andere risicovolle bedrijfstakken, zoals de petrochemische industrie en de luchtvaart, aldus de chirurg.
Lange is voorzitter van de Commissie Patiëntveiligheid van de beroepsorganisatie van chirurgen, de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde.
Klik hier voor het volledige bericht op Trouw.nl.
Michiel Hengeveld is psychiater. Sinds 2001 is hij hoogleraar en hoofd van de afdeling psychiatrie van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. In de jaren tachtig pleegde een patiënte van hem zelfmoord. Het was een collega die als hoofdverpleegkundige in hetzelfde ziekenhuis werkte.
”Het was op mijn verjaardag, ergens halverwege de jaren tachtig. Ik was rond de 40, denk ik. Ik werkte als psychiater in een academisch ziekenhuis. Op de Spoedeisende Hulp kwam ‘s ochtends een vrouw bij ons binnen die voor een trein was gesprongen. Ze was slechts licht gewond geraakt. Dat is heel bizar want als je voor een trein springt, dan is het meestal meteen afgelopen. Ik geloof dat ze alleen haar arm had gebroken. Misschien heb ik daardoor onvoldoende beseft hoe gevaarlijk haar suïcidepoging was geweest. Anderzijds, ze had het wel gedaan op een stille plek waar niemand haar van haar daad had kunnen weerhouden. En iemand die voor een trein springt, die wil doorgaans echt dood op zo’n moment.”
Klik hier voor het volledige bericht op Trouw.nl.
Johan Lange is hoogleraar heelkunde in het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. In de jaren negentig was hij één van de eerste chirurgen in Nederland die een kijkoperatie van de galblaas uitvoerde. Hij kreeg er landelijke bekendheid door. In de jaren daarna deed hij kijkoperaties in de dikke darm, de maag en bij liesbreuken. In 1993 deed hij een experimentele kijkoperatie bij een vrouw met de spierziekte dystrofie. Die operatie mislukte.
Lange sneed een zenuw door, waardoor de vrouw een aantal handspieren niet meer kon gebruiken. Een hersteloperatie lukte niet goed. De vrouw diende een klacht in tegen het ziekenhuis. Inmiddels is Lange coördinator patiëntveiligheid van de afdeling heelkunde in zijn ziekenhuis en voorzitter van de Commissie Patiëntveiligheid van de wetenschappelijke vereniging van chirurgen, de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde.
„Het was in 1993, ik was een jonge chirurg. Achteraf kun je stellen dat we te overmoedig zijn geweest. We wilden ons profileren, niet alleen als behandelaars, maar ook als ziekenhuis. Er waren geen tegenkrachten, je werd aangemoedigd zelfs, kreeg schouderklopjes. En dan kom je in een soort van flow terecht, dan pak je alles op. Achteraf besef je pas dat er onvoldoende reflectie is geweest. Ik heb een les geleerd, die ik graag wil overdragen. Het is een fout die bij mij tot op de dag van vandaag is blijven leven.”
Klik hier voor het volledige bericht op Trouw.nl.
In de twee laatste oorlogsjaren trachtte de Duitse bezetter met ’Gegenterror’ de ondergrondse te ondermijnen. De SS’er Heinrich Boere, die terecht staat in Aken, was lid van het moordcommando dat onder de codenaam Silbertanne willekeurige Nederlanders liquideerde. Onder de slachtoffers was de vader van Janny Lok, schoolmeester in Ravenswoud.
Het is 65 jaar geleden dat Janny Lok getuige was van de brute moord op haar vader. Als ze aan die dramatische nacht terugdenkt, hoort ze nóg het hartverscheurende huilen van haar broertje Jaap. Voor de ogen van zijn vrouw en twee kinderen werd schoolmeester Anje Lok op 19 mei 1944 voor zijn huis doodgeschoten. Janny was toen een meisje van 11 jaar.
Dit is de eerste – voorlopige – lijst van slachtoffers van het geheime project Silbertanne. Op deze lijst staan de namen van 48 Nederlanders, die tussen september 1943 en september 1944 werd geliquideerd door leden van de Germaansche SS – zelf ook Nederlanders. Vijf personen raakten gewond, maar overleefden. Bij de laatste twee personen is onzeker of het om Silbertanne-moorden ging. De lijst is nog in opbouw en zal door de beide initiatiefnemers, Frank Meijerink en Herman Soepenberg uit Ommen, op de site van Stiwot (stichting Informatie Wereldoorlog Twee) voortdurend worden aangepast.
28 september 1943: Jan Dijkstra, garagehouder in Meppel; dr. Engbertus Johannes Roelfsema, chirurg in het ziekenhuis van Meppel; Arend Boldewijn, schoolhoofd in Staphorst.
16 oktober 1943: Louis Dobbelmann, paardenhandelaar in Apeldoorn.
18 oktober 1943: A. M. de Jong, schrijver in Blaricum.
28 oktober 1943: dr. Jan Boes, ziekenhuisdirecteur in Wageningen.
2 november 1943: Gerrit Pieter Beukema, ambtenaar in Grootegast.
4 november 1943: Taeke Schuilenga, fabriekseigenaar in Surhuisterveen.
8 december 1943: Leendert Bastiaan Verdoorn, beambte in Heemstede.
31 december 1943: Leo Bohemen, vertegenwoordiger in Groningen; Johannes Swint, verzekeringsagent in Groningen; Pieter van Dooren, directeur ambachtsschool in Groningen; Dirk Bos, stationschef in Onnen; Bront Bossinga, directeur spaarbank in Groningen; Freerk Zigterman, eigenaar meubelzaak in Groningen.
4 januari 1944: dr. Christiaan de Jong, leraar wiskunde in Leiden; Henri Herman Flu, huisarts in Leiden; Harmen Douma, hoofd Leidse schoolvereniging.
13 januari 1944: Johan Houtman, arbeider in Soest; Wim van Goor, directeur gemeentewerken in Soest.
14 januari 1944: Klaas Brons in Soest; Jan Schalkx, politie-ambtenaar in Soest; Andries Koehof, metaalbewerker in Soest.
24 januari 1944: Johannes Amerika, hoofd lagere school in Groningen.
9 april 1944: dr. Laurens Johannes Büller, chirurg in Beverwijk; B. W. Paauw, directeur arbeidsbureau in Beverwijk, raakte gewond, maar overleefde.
24 april 1944: Riekus Pot, leider distributiekantoor in Stedum en Pot Sr., vader van Riekus, raakten beiden gewond, maar overleefden.
25 april 1944: Hendrik Heijs, directeur lagere school in Middelstum; Cornelis C. G. Bos, bakkersknecht in Zuidwolde; Jan K. Dwarshuis, bakker in Zuidwolde; Jan Reinder Visser in Zuidwolde; Klaas Havinga, slager in Zuidwolde.
19 mei 1944: Anje Lok, schoolhoofd in Ravenswoud.
30 juni 1944: Albert Marten Rinkema, veehouder in Rottum.
6 juli 1944: dr. Josua Bromet, leraar in Arnhem.
12 juli 1944: Cornelis Robertus, directeur transportbedrijf in Groningen; Hendrikus Hazelhorst in Groningen.
13 juli 1944: Hendrik Top in Grootegast; Kornelis van der Meulen in Grootegast.
14 juli 1944: Fritz Hubert Ernst Bicknese, apotheker in Breda.
19 juli 1944: mr. A. R. P. Mees, hereboer in Apeldoorn.
4 augustus 1944: Dirk Ubbels in Beemster.
15 augustus 1944: P. J. C. Smulders, burgemeester van Someren; Willem J. M. Wijnen, burgemeester van Asten; Frans Eijsbouts, textielfabrikant in Someren, raakte gewond, maar overleefde.
30 augustus 1944: Fulps Vincentinus Valstar in Rotterdam; Dirk Voskamp Sr., journalist te Naaldwijk, vermoord in Rotterdam.
3 september 1944: Bertus van Aken in Voorschoten, raakte zeer ernstig gewond, maar overleefde; Teunis de Groot, rijwielhandelaar in Voorschoten; Frans Willem Kusters, kantoorbediende in Wassenaar.
11 september 1944: Th. J. Eskens, advocaat in Amsterdam (onzeker); Gerrit den Hertog, wachtmeester rijkspolitie in Coevorden (onzeker).
Bijna 65 jaar na de Tweede Wereldoorlog is er voor het eerst een lijst van slachtoffers opgesteld van een geheim commando dat in 1943 en 1944 zeker 45 Nederlanders liquideerde.
Het gaat om de Silbertanne-moorden, die werden uitgevoerd door Nederlanders aangesloten bij de Germaansche SS. De opzet was het ondermijnen van de ondergrondse in Nederland. Voor iedere door het verzet vermoorde Duitser of NSB’er moesten enkele vooraanstaande, willekeurige burgers worden doodgeschoten. Ze werden ’s nachts uit hun woning gehaald en gedood.
De farmaceutische industrie moet alle financiële banden snel openbaar maken. Producenten van geneesmiddelen moeten bekendmaken welke artsen en medische wetenschappers zij geld geven. Minister Ab Klink (CDA, volksgezondheid) komt met een wetsvoorstel dat fabrikanten van geneesmiddelen daartoe dwingt. Hij zei dat zaterdag in Hilversum.
Vorige week publiceerde Klink’s Inspectie voor de Gezondheidszorg een onderzoek over de invloed van de industrie op medische richtlijnen. Die blijkt aanzienlijk.
Zo hadden 14 experts die meeschreven aan een richtlijn voor risicopatiënten met hart- en vaatziekten in totaal 70 banden met 15 farmaceutische bedrijven.
Error: Twitter did not respond. Please wait a few minutes and refresh this page.
